Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9145.
3. Bij een op 24 november 1999 ter griffie van de Rechtbank te Groningen ingekomen verzoekschrift heeft thans verzoeker van cassatie, hierna: het LBIO, in zijn functie van ontvangende instelling in het kader van het Verdrag van New York van 20 juni 1956, Trb. 1957, 121, die Rechtbank verzocht op grond van het op 6 februari 1963 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akte op het gebied van het burgerlijk recht, Trb. 1963, 51, hierna: het Nederlands-Oostenrijks Executieverdrag, verlof tot tenuitvoerlegging te verlenen van de vier hiervoor genoemde uitspraken van de Oostenrijkse rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2, en de alinea staat in dat document op bytes 7445 tot 8222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2 | shasum -a 256