Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9145.

De gedingstukken laten in redelijkheid geen andere lezing toe dan dat met deze grief de Rechtbank wordt verweten te hebben miskend dat aan de vader een beroep op strijd met de openbare orde niet toekomt, nu hij van de gelegenheid om van de bedoelde uitspraak van de Oostenrijkse rechter in hoger beroep te gaan geen gebruik heeft gemaakt, en dat de grief geen klacht inhoudt tegen het oordeel van de Rechtbank dat de Oostenrijkse rechter de stellingen van de vader niet behoorlijk heeft onderzocht en dat daarom sprake is van strijd met de openbare orde. Uit het grievenstelsel vloeit voort dat de appèlrechter een voor appellant ongunstige beslissing van de eerste rechter, die niet door een grief is bestreden, in beginsel moet eerbiedigen. Zie H.E. Ras, De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken, 2e dr. 2001, bew. door A. Hammerstein, blz. 31 en de aldaar vermelde rechtspraakgegevens. Het Hof is derhalve buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep getreden door een onderzoek in te stellen naar de vraag of tenuitvoerlegging van de vierde beslissing van de Oostenrijkse rechter in strijd is met de Nederlandse openbare orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2, en de alinea staat in dat document op bytes 15187 tot 16368.