Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9145.
22. De klacht faalt. Uit de gedingstukken blijkt dat de vader in de exequaturprocedure heeft gesteld dat "hij nooit gehoord is op zittingen" (verweerschrift in eerste aanleg, blz. 5) en dat hij "nooit door de [Oostenrijkse] rechtbank [is] gehoord" en "nooit verweer [heeft] kunnen voeren" (proces-verbaal mondelinge behandeling in eerste aanleg). Dat het Hof hierin heeft gelezen dat de vader heeft gesteld dat hij zich over de mening van het Pflegeschaftsgericht niet heeft kunnen uitlaten, is niet onbegrijpelijk en kan als feitelijk, op uitleg van de gedingstukken berustend oordeel in cassatie verder niet worden getoetst. Van een verboden aanvulling van de feitelijke grondslag van het verweer van de vader is geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2, en de alinea staat in dat document op bytes 26288 tot 27028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e07e957368c63ab513a36d3335825506108bdb8423d00a5f83ed628709c09cb2 | shasum -a 256