Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9204.

6. De opvatting dat als sanctie op onrechtmatige bewijsgaring slechts bewijsuitsluiting in aanmerking komt, is geen gemeengoed meer. In de litteratuur is van diverse kanten bepleit dat in een aantal gevallen strafvermindering een passende reactie zou kunnen zijn ter compensatie van het door onrechtmatig optreden toegebrachte nadeel. Ik noem: Van Dorst, Een via delle Conciliazone in het strafproces? In de Meijers-bundel, Recht en Mens, p. 271 - 275; Schalken en Rozemond, Nieuwe opsporingsmethoden: dient elke onrechtmatigheid te worden gesanctioneerd? NJB 1997, p. 1365 - 1371 en mag verder verwijzen naar mijn bijdrage in De Leijten-bundel, Met hoofd en hart, Enkele gedachten over de sanctie op onrechtmatige bewijsgaring, p. 227- 235. Kritische beschouwing over deze ontwikkelingen zijn bijv. te vinden in de bundel Legitieme strafvordering, onder red. van de hoogleraren Brants, Mevis en Prakken. Voor een korte beschrijving van de pro's en contra's van de exclusionary rule verwijs ik naar Corstens, 3e druk, p. 656-658, die uiteindelijk tot de conclusie komt dat een genuanceerde toepassing van de bewijsuitsluitingsregel waarbij ook andere sancties op het onrechtmatig optreden in aanmerking worden genomen, de voorkeur verdient.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38, en de alinea staat in dat document op bytes 9795 tot 11048.