Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9204.
9. Ten slotte merk ik op dat uit de beslissingen in de zaak Schenck (NJ 1988, 851) en de zaak Khan (12 mei 2000, 35394/97, EHRC 2000, 52) kan worden opgemaakt dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal voor het bewijs in een strafzaak op zich niet betekent dat het recht op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM geschonden is. Een sanctie als in deze zaak is toegepast is in het licht van art. 6 EVRM niet onaanvaardbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38, en de alinea staat in dat document op bytes 13724 tot 14181.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38 | shasum -a 256