Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9204.

11. Uitgaande van de omstandigheid dat het Hof heeft vastgesteld dat bij verdachte eerst op toereikende gronden een veiligheidsfouillering werd gehouden, waarbij het wapen gevonden had moeten worden (het is onbegrijpelijk dat daarbij bij beide inzittenden het tussen de broeksband gestoken pistool niet werd opgemerkt ) en de omstandigheid dat op grond van de door het Hof vastgestelde feiten goed te begrijpen valt dat verbalisanten meenden dat tegen verdachte wel degelijk ernstige bezwaren bestonden die een fouillering rechtvaardigden(1), met andere woorden van een doelbewuste inbreuk op rechten van verdachte geen sprake was, geeft het oordeel van het Hof dat strafvermindering hier in aanmerking komt geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a978ca5e85b827ce8034712845be219cfdb1d1fc758343b1cf69900f10a7d38, en de alinea staat in dat document op bytes 14540 tot 15337.