Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

Met het oog daarop had het Hof naar mijn inzicht de vrijheid om vast te stellen dat de verhoren, in zijn opdracht door de rechter-commissaris afgenomen, voldoende duidelijkheid hadden geschapen omtrent de gebezigde opsporingsmethoden, en dat ook de verdediging, door aan de gehoorde personen vragen te kunnen stellen, een toereikende mogelijkheid was geboden haar rechten te verwezenlijken. Op die grondslag kon het Hof, naar mij voorkomt, terugkomen op zijn eerder ingenomen standpunt dat het noodzakelijk was de door de verdediging genoemde stukken aan het dossier toe te voegen, en aannemen dat die noodzaak zich niet langer voordeed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 45424 tot 46074.