Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

5. Bij de aan de Hoge Raad toegestuurde stukken bevinden zich wèl een aanbiedingsbrief van de raadsman, gericht aan de voorzitter van de strafkamer, van 21 juni 1999, waarbij een kopie van diens brief van dezelfde datum aan de advocaat-generaal is aangeboden, alsmede een brief van de advocaat-generaal van 1 juli 1999 waarin deze reageert op de verzoeken van de raadsman, maar de aan de advocaat-generaal gerichte brief waarin de in dit middel en in volgende middelen bedoelde verzoeken zijn gedaan is bij die stukken niet te vinden. Navraag bij de griffie van het Gerechtshof wees uit dat die brief ook daar niet meer is te vinden. De strekking van deze brief zal derhalve slechts afgeleid kunnen worden uit hetgeen daaromtrent is vermeld in de toelichting op dit middel en op volgende middelen, de brief van de advocaat-generaal van 1 juli 1999, en uit hetgeen blijkens de processen-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep van 6 juli 1999 en 29 november 1999 en blijkens de bestreden uitspraak omtrent de in die brief gedane verzoeken is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 8560 tot 9633.