Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

61. Zolang de observatie beperkt blijft tot het vastleggen van hetgeen iemand voor eenieder waarneembaar en niet in een besloten plaats doet, zal het oordeel dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van beperkte omvang is gebleven slechts onbegrijpelijk genoemd kunnen worden in verband met het gebruik van technische hulpmiddelen die doen vermoeden dat de opsporingsambtenaren zich mede inzicht hebben verschaft in gedragingen op besloten plaatsen of gesprekken van vertrouwelijke aard, of in verband met de lengte van het tijdvak waarin en de intensiteit waarmee een bepaalde persoon is gevolgd. Voor de begrijpelijkheid van het oordeel dat door observatie een niet meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is ontstaan zou wellicht nog van belang kunnen zijn dat er gedrag is vastgelegd dat, ook al was het voor eenieder waarneembaar, een vertrouwelijkheid aankleeft die het tot een in het bijzonder kwetsbaar aspect van de persoonlijke levenssfeer maakt. Het valt mij moeilijk daar een voorbeeld van te bedenken. Misschien zou men kunnen denken aan (een patroon van) bezoeken aan een verschoningsgerechtigde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 67689 tot 68834.