Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.
68. In de toelichting op het middel onder 2.7 wordt betoogd dat 's Hofs oordeel dat niet uitsluitend is getapt teneinde gegevens te verkrijgen omtrent andere feiten dan waarop de vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek doelde onbegrijpelijk is in het licht van hetgeen de verdediging heeft betoogd naar aanleiding van een verhoor van de bij het opsporingsonderzoek betrokken teamleider. Uit die verklaring zou afgeleid moeten worden dat het afluisteren van telefoongesprekken uitdrukkelijk is losgekoppeld van de in die vordering omschreven feiten, en geheel gericht is geweest op andere feiten, namelijk schending van het ambtsgeheim, corruptie en 'verdovende middelen in het algemeen'. Ook zou dat oordeel onbegrijpelijk zijn omdat de raadsman onweersproken heeft gesteld dat het afluisteren van de telefoongesprekken is doorgegaan nadat de veronderstelde afnemer van de (in de vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek bedoelde) drugs - dat zou de reeds meermalen genoemde [betrokkene 6] zijn - reeds uit het beeld was verdwenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 73990 tot 75079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7 | shasum -a 256