Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

In essentie stelt het middel in deze onderdelen de vraag aan de orde hoe geoordeeld moet worden op het verweer dat het opnemen van gegevensverkeer via een openbaar telecommunicatienetwerk of met gebruik van openbare telecommunicatiediensten, als bedoeld in art. 125g Sv, deels onrechtmatig is geweest omdat ten aanzien van een deel van het tijdvak waarin aan dit opsporingsmiddel toepassing is gegeven niet is voldaan aan het wettelijke vereiste dat het onderzoek dit aftappen en opnemen dringend vordert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 76453 tot 76971.