Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.
Ook in de toelichting op het middel onder 2.10 wordt een te vergaande eis gesteld waar wordt betoogd dat, in het licht van art. 8 lid 2 EVRM en (niet nader aangeduide) 'Straatburgse jurisprudentie' ten aanzien van het gebruik van de in art. 125g Sv gegeven bevoegdheid - in ieder geval, zo begrijp ik het betoog, indien ter zake verweer is gevoerd - een "zeer gedetailleerde en concrete toets" dient te worden uitgevoerd naar de maatstaven van "bijvoorbeeld proportionaliteit en subsidiariteit". De met die begrippen in algemene zin aangeduide eisen aan een rechtmatige toepassing van opsporingsbevoegdheden zijn ten aanzien van het aftappen en opnemen van gegevensverkeer als bedoeld in art. 125g Sv in bijzondere vorm neergelegd in de eisen die deze bepaling stelt. Van de rechter kan geen verdergaand onderzoek naar overeenstemming met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit - of naar strijdigheid met art. 8 lid 2 EVRM - worden verlangd dan dat de rechter-commissaris nagaat of aan de in art. 125g Sv gestelde eisen lijkt te zijn voldaan, en de rechter ter terechtzitting, indien ter zake verweer wordt gevoerd, beoordeelt of de rechter-commissaris in redelijkheid tot het oordeel is kunnen komen dat dit het geval is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 79160 tot 80417.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7 | shasum -a 256