Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 189 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

Het komt mij evenwel voor dat de gewraakte overweging zich maar op één manier laat verstaan: de door de verdediging aangevoerde feiten en omstandigheden die zouden uitwijzen dat het opsporingsonderzoek op vooringenomen wijze en (overigens) onzorgvuldig is uitgevoerd zijn naar het inzicht van het Hof niet aannemelijk geworden. Tot een nadere motivering van dat oordeel, dat geheel van feitelijke aard is, was het Hof niet gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 91022 tot 91469.