Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

Vastgesteld kan worden dat sommige door de raadsman gewenste stukken - in weerwil van 's hofs verzoek aan de advocaat-generaal - in het geheel niet aan het dossier zijn toegevoegd terwijl toevoeging van andere stukken eerst in een laat stadium heeft plaatsgevonden, een en ander mede door - naar ter zitting aannemelijk is geworden - een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Evenwel bestaat thans, met name door het horen van politiefunctionarissen en [betrokkene 6] door de rechter-commissaris, tijdens welke verhoren de verdediging de gelegenheid heeft gehad vragen te stellen, voldoende duidelijkheid over - globaal gezegd - de in de onderhavige zaak gebezigde opsporingsmethoden. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting voorts medegedeeld dat - naar hem uit eigen wetenschap bekend is - de stukken aangeduid als G 2/ 3 en 5 niet op de onderhavige zaak betrekking hebben. Dat de overige stukken ontlastend materiaal zouden kunnen bevatten danwel van belang zouden kunnen zijn voor toetsing van de betrouwbaarheid van de gebezigde bewijsmiddelen is niet aannemelijk geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 19146 tot 20247.