Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

11. 's Hofs oordeel dat verzoeker in de belangen van zijn verdediging niet kon worden geschaad door het niet horen van de namens hem opgegeven getuigen wordt in de toelichting op het middel onbegrijpelijk genoemd omdat (a) [betrokkene 6] zelf "blijkens de pleitaantekeningen" bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij op initiaitief van de CID steeds contact moest leggen met verzoeker, dat hij door de CID gestuurd werd en dat de CID hem had gevraagd bij verzoeker na te gaan 'hoe het zat en of er nu eindelijk iets kon plaatsvinden', en (b) aan de pleitaantekeningen gehechte (transcripties van afgeluisterde) telefoongesprekken de juistheid van bedoelde verklaringen van [betrokkene 6] laten zien en daaruit blijkt dat de CID ook na augustus 1997 regelmatig met [betrokkene 6] in contact stond over verzoeker en [betrokkene 6] nadrukkelijk in de richting van verzoeker stuurde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 20513 tot 21415.