Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

1. Verzoeker is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 'opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, lid 1, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod', 'medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit', 'handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie', 'medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of daartoe middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen' en 'enig geheim, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden' veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met bijkomende beslissingen ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 5221 tot 6381.