Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9222.

32. In HR NJ 1996, 687 en HR NJ 1997, 321 is benadrukt dat, ofschoon de verantwoordelijkheid voor de samenstelling van een procesdossier bij de officier van justitie en (indien een gerechtelijk vooronderzoek heeft plaatsgevonden) de rechter-commissaris berust, de zittingsrechter bevoegd is ambtshalve dan wel op verzoek van de verdediging of op vordering van het openbaar ministerie te gelasten dat bepaalde stukken alsnog aan het dossier toegevoegd zullen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86d07aea9992c05c8fd25929fce82141b4fb98c813bd759eeee904a4b8fd8fb7, en de alinea staat in dat document op bytes 41675 tot 42153.