Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9328.
2.1.8.2. In deze laatste zaak had het hof geoordeeld dat het de desbetreffende B.V., nu zij niet op enigerlei wijze tijdig en ondubbelzinnig aan de cessionaris had kenbaar gemaakt dat niet zij, doch haar directeur in persoon debiteur was van de vorderingen, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet meer het recht toekwam zich erop te beroepen dat zij in haar verhouding tot de cessionaris niet als debiteur kon worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c8ccac2d11f09d01b868f01d190b52168b37b1e1b7fd51e4d8fa20a721edaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c8ccac2d11f09d01b868f01d190b52168b37b1e1b7fd51e4d8fa20a721edaf, en de alinea staat in dat document op bytes 17838 tot 18294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49c8ccac2d11f09d01b868f01d190b52168b37b1e1b7fd51e4d8fa20a721edaf | shasum -a 256