Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9328.

10. HR 10 maart 1995, NJ 1996, 299, m.nt. H.J. Snijders en de conclusie voor dit arrest (Strikwerda), nrs 11-16, en HR 8 januari 1999, NJ 1999, 320, en de conclusie voor dit arrest (Bakels) nr. 2.2. Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen, 1998, nr. 182, pp. 214-215, nr. 66, p. 73-75 en nr. 173, i.h.b., p. 200; H.J. Snijders/A. Wendels, Civiel appel, 1999, nrs. 219-226, pp. 159-166; H.E. Ras/A. Hammerstein, De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken , 2001, nr., 32. p. 37-39, Burgerlijke Rechtsvordering, losbl., aant. 2 bij artt. 348 en 349 Rv. (H.L. Wedeven/K.E. Mollema).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c8ccac2d11f09d01b868f01d190b52168b37b1e1b7fd51e4d8fa20a721edaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c8ccac2d11f09d01b868f01d190b52168b37b1e1b7fd51e4d8fa20a721edaf, en de alinea staat in dat document op bytes 21580 tot 22191.