Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9330.

1.3 Tegen deze achtergrond heeft [eiser] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Utrecht. Na wijziging van eis vorderde hij dat Jutphaas zou worden veroordeeld aan hem een bedrag te betalen van f 1 100 000,-- aan gederfde winst, te vermeerderen met de door taxatie nader vast te stellen waarde van het Urbigebouw per 1 december 1995, met rente en kosten. Aan deze vordering legde hij ten grondslag dat Jutphaas jegens hem toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis, voortvloeiende uit de overeenkomst die is weergegeven in de brief van 25 oktober 1995. Deze overeenkomst is volgens hem al gesloten op 12 oktober 1995, subsidiair op de datum van die brief. De door Jutphaas naderhand toegevoegde ontbindingsbepalingen maken daarvan geen onderdeel uit.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79060bed5b02764f572b1493dd5d17bee2a7ce8dbebbb14fe9b7ebbfc0f3d64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79060bed5b02764f572b1493dd5d17bee2a7ce8dbebbb14fe9b7ebbfc0f3d64, en de alinea staat in dat document op bytes 10220 tot 11032.