Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9330.
In het anders liggende geval dat één van de partijen stelt dat een contractsbepaling later aan een reeds ondertekende onderhandse akte is toegevoegd werd beslist in HR 21 april 1995, NJ 1996, 652 en HR 15 januari 1993, NJ 1993, 179, dat dan in beginsel dat de bewijslast rust op degene die de echtheid betwist, hoewel de rechter op grond van de ten processe vaststaande feiten anders kan oordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79060bed5b02764f572b1493dd5d17bee2a7ce8dbebbb14fe9b7ebbfc0f3d64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79060bed5b02764f572b1493dd5d17bee2a7ce8dbebbb14fe9b7ebbfc0f3d64, en de alinea staat in dat document op bytes 26053 tot 26465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d79060bed5b02764f572b1493dd5d17bee2a7ce8dbebbb14fe9b7ebbfc0f3d64 | shasum -a 256