Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9334.
2.6 Naar mijn mening moet worden onderscheiden tussen het betrekken van nieuwe stellingen in verband met de rechtsbeslissing waarover wordt geklaagd, en het aanvoeren van feiten en omstandigheden in verband met een door de Hoge Raad over andere punten te nemen beslissing, in het bijzonder in het kader van de berechting van excepties en incidenten. Het is naar mijn mening ook tegen die achtergrond dat art. 419, tweede lid, (oud) Rv bepaalt dat de feitelijke grondslag der middelen alleen kan worden gevonden in de bestreden uitspraak en in de stukken van het geding. Uit art. 413 (oud) Rv (met betrekking tot het overleggen van bescheiden in de loop van de cassatieprocedure) vloeit voort dat de Hoge Raad ook van niet tot de gedingstukken behorende bescheiden kan kennisnemen. De bepaling vooronderstelt dat zulke bescheiden voor de beslissing van de Hoge Raad van belang kunnen zijn, maar (in verband met art. 419, tweede lid, (oud) Rv) slechts buiten het kader van het onderzoek op grond van de middelen. Voorts gaat art. 418a (oud) Rv ervan uit, dat voor de Hoge Raad bewijsvoering kan plaatsvinden. In verband met art. 419, tweede lid, (oud) Rv zal die bewijsvoering slechts andere feiten en omstandigheden kunnen betreffen dan die welke de feitelijke grondslag van de middelen bepalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029, en de alinea staat in dat document op bytes 16855 tot 18162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029 | shasum -a 256