Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9334.
2.7 Het staat buiten kijf dat feiten en omstandigheden die zich na de aangevochten uitspraak hebben voorgedaan, het oordeel over de ontvankelijkheid van de eiser in cassatie kunnen beïnvloeden. Men denke aan de rechtspraak van de Hoge Raad over de niet-ontvankelijkheid van de eiser in zijn beroep tegen een inbewaringstelling, indien de tijd, gedurende welke de inbewaringstelling ten hoogste zou kunnen duren, inmiddels is verstreken.(11) Weliswaar kon de Hoge Raad in het gegeven voorbeeld reeds op grond van de gedingstukken vaststellen dat door het enkele verstrijken van tijd het belang aan het cassatieberoep was komen te ontvallen. Mede gelet op de art. 418a (oud) en 419, tweede lid, (oud) Rv, is er echter geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat in verband met het debat over het belang bij het beroep (welk debat in de feitelijke instanties nog niet is gevoerd en ook nog niet kon worden gevoerd) in cassatie nieuwe feiten en omstandigheden worden aangevoerd. Dat geldt a fortiori, als partijen, zoals hier, het in cassatie over die feiten en omstandigheden eens zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029, en de alinea staat in dat document op bytes 18182 tot 19280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029 | shasum -a 256