Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9334.
2.10 In de feitelijke instanties heeft de man niet aangevoerd dat het moeten ondergaan van een medisch onderzoek en het gebruik van de daaruit te verkrijgen medische gegevens een inbreuk op zijn - door art. 8 lid 1 EVRM beschermde - privé-leven vormen. De man heeft volstaan met de stelling, dat een medische keuring niet nodig was, nu een levensverzekering te duur was en afkoop van de alimentatie gunstiger was voor de vrouw. De vrouw heeft het standpunt ingenomen dat de man door op andere dan met art. 8 EVRM samenhangende gronden bezwaar te maken tegen de keuring, het recht heeft verwerkt zich alsnog op art. 8 EVRM te beroepen. Volgens de vrouw was art. 8 EVRM ook voor het hof een reeds gepasseerd station. Het standpunt van de vrouw impliceert dat van een ontoelaatbaar novum in cassatie sprake is. (13)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029, en de alinea staat in dat document op bytes 23078 tot 23905.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f4e9f58aa46d0eb6013015ce7ace14d5bdb4378fff1e7800527d493319e2029 | shasum -a 256