Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9339.

1.9 Tegen de vonnissen van de rechtbank heeft [verweerster] hoger beroep bij het hof 's-Gravenhage ingesteld. Als zevende grief heeft [verweerster] aangevoerd, dat de rechtbank in rov. 9 van haar eindvonnis van 18 maart 1998 het standpunt van [verweerster] ten onrechte aldus heeft opgevat dat het door [eiser] c.s. genoten voordeel in de vorm van een waardestijging van het huis op de schade in mindering moet worden gebracht.(7) In het onderhavige geval moet geen abstracte schadeberekening plaatsvinden, zoals [eiser] wenst, maar dient concreet te worden nagegaan of en in hoeverre de gestelde gebreken bij de verkoop tot een lagere prijs hebben geleid dan zonder deze gebreken het geval zou zijn geweest. Het zou onjuist en onredelijk zijn [verweerster] te veroordelen tot betaling van herstelkosten, terwijl vaststaat dat - nu [eiser] c.s. nog geen van de in het geding zijnde gebreken heeft laten herstellen - dergelijke kosten niet zijn gemaakt en niet zullen worden gemaakt.(8) Van een lagere prijs als gevolg van de gebreken, is zoals blijkt uit de als productie 3 bij de conclusie na enquête overgelegde verklaring van makelaar [C], geen sprake geweest. In ieder geval beloopt de negatieve prijsinvloed van de gebreken, indien al aanwezig, slechts een fractie van het door de rechtbank toegewezen bedrag, aldus [verweerster].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 12832 tot 14181.