Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9339.

2.3 Op grond van het bepaalde in art. 6:97 BW dient de rechter schade te begroten op de wijze die het meest met de aard daarvan in overeenstemming is. Hoewel aan de rechter bij de begroting van schade en bij de keuze op welke wijze deze begroting dient plaats te vinden een grote vrijheid toekomt, kan - zo volgt uit de parlementaire geschiedenis(11) - in cassatie worden getoetst of de rechter bij de begroting van de schade met de aard daarvan voldoende rekening heeft gehouden. Voorts kan uit de parlementaire geschiedenis(12) worden afgeleid, dat art. 6:97 BW de rechter de nodige vrijheid biedt om tot een abstracte wijze van schadeberekening te komen, maar dat niet in algemene zin valt aan te geven in welke gevallen een dergelijke vorm van schadeberekening op zijn plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 21319 tot 22115.