Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9339.
"Ingevolge het bepaalde in art. 6:97 BW - dat ook het voor 1 januari 1992 geldende recht weergeeft - dient de rechter de schade te begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Het gaat in het onderhavige geval om schade welke bestaat in waardevermindering van door de eigenaar van bouwgrond daarop gebouwde woningen, ontstaan als gevolg van het later aan de dag treden van verontreiniging van die grond. Mede met het oog op de hanteerbaarheid van de methode van schadebegroting, rechtvaardigt de aard van zodanige schade dat het de rechter vrijstaat bij het begroten daarvan te abstraheren van bepaalde, de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffende, omstandigheden. In het bijzonder kan buiten beschouwing worden gelaten dat de eigenaar de woningen niet heeft verkocht (vgl. het onder 5.1 overwogene in HR 9 oktober 1992, nr. 14.671, NJ 1994, 286)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 22860 tot 23770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1 | shasum -a 256