Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9339.

2.10 De schade van [eiser] c.s. bestaat in het gemis van een hun toekomende, op geld waardeerbare prestatie. Ik zie geen enkele reden waarom de aard van die schade zich ertegen zou verzetten dat zij op de waarde van de betrokken prestatie in het maatschappelijk verkeer wordt vastgesteld. Naar mijn mening heeft het hof zonder goede grond beslist, dat bij ontbreken van feitelijk "herstel" [eiser] c.s. slechts schade lijden voor zover de betrokken tekortkoming in een mindere waarde van hun huis tot uitdrukking komt. [Eiser] c.s. hebben reeds schade geleden door het uitblijven van de hun toekomende en op geld waardeerbare prestatie. Daarvoor was en is m.i. niet nodig dat de betrokken prestatie in de vorm van een waardevermeerdering van het huis waaraan zij werd verricht, zou "beklijven".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 30269 tot 31076.