Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9339.

De klacht dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door de vordering van [eiser] c.s. op zaaksbeschadiging gebaseerd te achten (subonderdelen 2.6 en 2.7; zie ook onderdeel 3), mist feitelijke grondslag. De rov. 13-18 geven geen blijk van de door de klacht veronderstelde opvatting van het hof dat [eiser] c.s. zaaksbeschadiging aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd. Naar mijn mening heeft niet een bepaalde opvatting over de grondslag van de vordering, maar slechts een bepaalde opvatting over de schade(berekening) het aangevochten oordeel bepaald. De samenhangende klacht dat ook in geval van zaaksbeschadiging de schade op het bedrag van in werkelijkheid niet gemaakte herstelkosten kan worden vastgesteld (subonderdeel 3.1), behoeft bij die stand van zaken geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52084badb6ea50eed2d4013f2fc4e10db1d2b53c9c012afd382534fe11752ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 35447 tot 36253.