Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

5.3. In § 2.6 van de toelichting op het derde middel stelt de schrijver van de schriftuur dat de consequenties die het hof heeft verbonden aan de verklaringen van beide deskundigen onbegrijpelijk zijn. Op de sok is immers ook DNA-materiaal van een onbekende derde aangetroffen, maar dat wijst volgens het hof niet op het bestaan van een onbekende dader, omdat het volgens het hof onaannemelijk is dat dat materiaal op de sok is terechtgekomen als gevolg van het hanteren door die derde van de sok als moordwapen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 48780 tot 49306.