Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

Gelet op deze bevindingen is het oordeel van het hof dat het DNA-onderzoek op verdachte wijst als mogelijke dader en niet op een onbekende derde niet onbegrijpelijk. Dat andere bewijsmateriaal houdt vele aanwijzingen in dat verdachte geld en sigaretten uit het café waarin het slachtoffer is gevonden heeft meegenomen en wijst wel zeer sterk in de richting van daderschap van verdachte. Die waarschijnlijkheid dat verdachte in plaats van een onbekende derde het moordwapen heeft gehanteerd heeft het hof tot uitdrukking gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 51149 tot 51692.