Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.
In het verlengde hiervan bepleit de verdediging voor alles uit dan ook de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de verdere vervolging van cliënt, aangezien elementair bewijsmateriaal dat cliënt had kunnen ontlasten, te weten de schoenen, de schilfers en de haren van de bar zijn verdwenen. Hetzelfde geldt ten aanzien van de in de hand van [slachtoffer 1] aangetroffen pluk haren, welke voortijdig werden vernietigd. Hierdoor wordt in strijd met artikel 6 lid 2 EVRM uitgegaan van een onweerlegbaar vermoeden van schuld van cliënt. Subsidiair geldt in dit verband dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard dient te worden, wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 5009 tot 5740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56 | shasum -a 256