Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 127 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

6.3. Dat betoog lijkt sterk in zoverre dat toch niet voor het bewijs kan worden gebezigd de verklaring van een verdachte erop neerkomende dat het slachtoffer om het leven is gebracht terwijl verdachte zich op het toilet bevond. Nergens in het arrest blijkt dat het hof deze verklaring als kennelijk leugenachtig heeft aangemerkt. Een zinvolle uitleg van de stap van het hof om deze verklaring in de aanvulling op het arrest op te nemen kan slechts zijn dat het hof in deze verklaring leest dat verdachte op de avond van de overval in het café van het slachtoffer is geweest en dat café heeft verlaten toen de overval voorbij was. Als dat de bedoeling van het hof is geweest heeft het hof kennelijk de ongerijmdheid waarop de steller van het middel wijst maar voor lief genomen om de verklaring van verdachte letterlijk te kunnen opnemen en deze niet te hoeven herformuleren. Zeer formeel zou men nog kunnen zeggen dat de verklaring de mogelijkheid openlaat dat [slachtoffer 1] al was neergeslagen voordat verdachte naar het toilet ging, maar zo een uitleg is wel erg gewrongen. Ik houd het erop dat het hof op ongelukkige wijze heeft willen aangeven wat ik zojuist heb opgemerkt. Mits met die welwillendheid gelezen lijkt mij de gewraakte verklaring wel bruikbaar en dan faalt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 53784 tot 55087.