Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.
Cliënt kan zich niet herinneren wat hij in de taxi al dan niet heeft gedaan en of gezegd. Dat betekent dat feitelijk slechts afgegaan kan worden op de verklaringen van [slachtoffer 2]. Bij de bespreking van bewijsmiddel 3 onder het primair tenlastegelegde heb ik al opgemerkt dat de vraag rijst in hoeverre de verklaringen van [slachtoffer 2] wel betrouwbaar zijn, of op zijn minst eenduidig genoeg zijn om als bewijs te kunnen dienen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 58142 tot 58591.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56 | shasum -a 256