Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.
3.2. De steller van het tweede middel merkt op dat in de kern genomen het hof aldus gebruik maakt van het Zwolsmancriterium (HR NJ 1996,249) en stelt daar vraagtekens bij. De steller van het middel bespreekt eerst enige rechtspraak van het EHRM en werkt dan de stelling uit dat verdragsrechten effectief behoren te zijn en dat daarom de overweging van het hof een verkeerd vertrekpunt kiest. Uitgangspunt zou moeten zijn dat schending van art.6 lid 1 EVRM, bijvoorbeeld doordat materiaal zoekraakt, bewust is geschied en dat enkel van die uitgangsstelling kan worden afgeweken indien er aanknopingspunten voor het tegendeel zijn. Een andere benadering ondermijnt de effectiviteit van de verdragsrechten en zadelt de verdediging op met een onmogelijke opgave, te weten die van het aanwijzen van gegevens waaruit de kwade trouw van de politie zou zijn af te leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 8340 tot 9217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56 | shasum -a 256