Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

3.4. De zaken Edwards en Jasper hebben minder gelijkenis met de onderhavige zaak dan de niet genoemde zaak Suart. Suart werd ervan verdacht cocaïne, verborgen in een klok, in Nederland te hebben ingevoerd. De klok had volgens verbalisanten opvallend dikke wanden. Zij gingen tot nader onderzoek over en vonden in de dubbele wand cocaïne. De klok kon in feitelijke aanleg niet meer als stuk van overtuiging dienen omdat hij ten onrechte was vernietigd. Wel waren er beschrijvingen en foto's van de klok. Het onderzoek van de klok werd voor het bewijs gebezigd. Een beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM vanwege de onmogelijkheid voor de verdediging de klok nader te (doen) onderzoeken kon Suart niet baten. De Hoge Raad verwierp op 7 november 1995 het cassatieberoep(4) en Suart wendde zich tot het EHRM. Het EHRM oordeelde als volgt:(5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 10685 tot 11541.