Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.
5.4. Voorop dient te worden gesteld dat onrechtmatig optreden van opsporingsambtenaren onder omstandigheden een zodanig ernstige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde kan opleveren dat zulks ook in een geval waarin overigens voldoende op rechtmatige wijze verkregen bewijsmateriaal voorhanden is tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dient te leiden. Een zo ver gaande sanctie kan in dat geval echter slechts volgen indien sprake is van ernstige inbreuken op die beginselen, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Van geval tot geval zal dit moeten worden beoordeeld, zodat een algemene regel daarvoor bezwaarlijk kan worden gegeven (HR 19 december 1995, NJ 1996, 249).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 14218 tot 15050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56 | shasum -a 256