Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

3.9. De overweging van het hof lees ik aldus dat het hof daarin tot uitdrukking heeft willen brengen dat de verdediging klaarblijkelijk niet een zodanig belang bij het onderzoek van de schoenen had dat zij aanleiding heeft gezien om meer te doen dan zich aan het oordeel van het hof te refereren. De verdediging had het eigen belang bij een dergelijk onderzoek kunnen benadrukken door zich achter de vordering van de Advocaat-Generaal te stellen. Door zulks na te laten heeft de verdediging bij het hof de indruk kunnen wekken niet zwaar te tillen aan dat nader onderzoek en dus evenmin bezwaren te hebben als het hof zou oordelen dat voor zo een onderzoek geen aanleiding bestond en het door de Advocaat-Generaal gevorderde onderzoek dáárom zou zijn achterwege gebleven. Welnu, of het onderzoek is achterwege gebleven doordat het hof de vordering van de Advocaat-Generaal zou hebben afgewezen, of dat het onderzoek zou zijn achterwege gebleven omdat het niet meer mogelijk was nu de schoenen in het ongerede zijn geraakt, maakt, zo interpreteer ik de overweging van het hof, de proceshouding van de verdediging ten aanzien van dat onderzoek niet anders. Daarom gaat deze klacht naar mijn mening niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 21427 tot 22646.