Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.
4.2. De steller van het middel wil de Hoge Raad verleiden tot een uitspraak over de door hem gestelde vraag of thans het Wetboek van strafvordering reeds voldoende grondslag biedt voor het toekennen van spreekrecht aan een slachtoffer of nabestaande. Zoals in de toelichting op het middel ook is te lezen behoeft die vraag niet beantwoord te worden als [getuige 1] als getuige is gehoord. Het middel stelt dat [getuige 1] niet als getuige is gehoord, maar als benadeelde spreekrecht heeft gekregen, onder het mom van het afleggen van een getuigeverklaring. Dat zou kunnen blijken uit het feit dat de motivering om haar te horen geen enkele aansluiting zoekt bij datgene waarover "echte" getuigen nu juist worden gehoord; over hetgeen zij hebben ervaren of waargenomen uit eigen ervaring of ondervinding. [Getuige 1] is door de voorzitter gevraagd of zij uit eigen beweging iets wil vertellen en is uitgenodigd om te verklaren hoe het met haar ging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 35352 tot 36313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56 | shasum -a 256