Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

4.3. Het Wetboek van strafvordering kent geen uitdrukkelijke imperatieve uitsluiting van bepaalde personen van het afleggen van een verklaring als getuige. Ook nabestaanden en slachtoffers kunnen dus als getuige optreden. De kwaliteit van nabestaande of slachtoffer staat daaraan niet in de weg.(8) Wel is de verdachte naar ongeschreven recht onbekwaam om als getuige in zijn eigen zaak op te treden.(9) Gelet op het perspectief waarin personen als getuige worden gehoord ligt het voor de hand te veronderstellen dat een getuige geacht zal kunnen worden een verklaring af te leggen die relevant is voor een door de rechter te nemen beslissing.(10) Getuigen zullen in de eerste plaats kunnen verklaren over het tenlastegelegde feit, maar ook kan de rechter personen horen die iets zouden kunnen zeggen over de rechtmatigheid van de opsporing. Buruma onderscheidt in deze zin bewijsgetuigen en rechtmatigheidsgetuigen.(11) Men kan zelfs nog verder gaan en als een van de beslissingen die de rechter moet nemen en waarvoor een getuige van belang kan zijn de straftoemeting aanmerken. Niet uitgesloten is dat wat een persoon heeft waargenomen aan gedrag van verdachte van belang is voor de vraag welke sanctie gepast is. Een verdachte die zegt geen gevaar meer te vormen omdat hij totaal van de cocaïne af is en daarom voor onbetaalde arbeid in aanmerking wil komen kan worden tegengesproken door bijvoorbeeld een PIWer die verdachte verschillende malen op gebruik en bezit van cocaïne in het HvB heeft betrapt. Wat een slachtoffer heeft te melden over de gevolgen van het delict kan zeer goed in het perspectief gezet worden van een inschatting van de ernst van het feit, een factor die zwaar weegt bij de bepaling van een passende sanctie. Dat het de voorkeur zou verdienen het slachtoffer niet als getuige op te laten treden, maar via een spreekrecht een andere positie te gunnen in het strafprocesrecht heeft er niet mee te maken dat een slachtoffer niet als getuige kan optreden, maar met de wens het slachtoffer niet bloot te stellen aan een uitbenende ondervraging door de verdediging.(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 36352 tot 38459.