Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

4.6. Art.297 lid 1 Sv verschaft de rechter de mogelijkheid om getuigen met elkaar te confronteren en in elkaars aanwezigheid te laten verklaren, in afwijking van het in art.289 lid 1 Sv gestelde. Art.289 Sv heeft de strekking getuigen te behoeden voor wederzijdse beïnvloeding. De voorzitter heeft overigens te dier zake een discretionaire bevoegdheid om maatregelen te nemen die verhinderen dat getuigen zich vóór het afleggen van hun verklaring met elkaar onderhouden. Doorgaans behoeft die beslissing geen motivering.(13) De wet voorziet niet uitdrukkelijk in een mogelijkheid getuigen met de verdachte te confronteren.(14) Als de rechter zulks in het belang van het onderzoek acht mag hij daartoe besluiten. Het is aan de voorzitter om dan de gang van zaken te bepalen. Deze bevoegdheid is in art.272 Sv gegeven. De beslissing behoeft niet te worden gemotiveerd. Het wettelijk systeem biedt dus naar mijn mening geen steun voor de opvatting dat iemand die ter terechtzitting aanwezig is geweest voortaan niet meer als getuige kan optreden. Het kan immers gebeuren dat de noodzaak om iemand die eerder als toeschouwer aanwezig is geweest bij het onderzoek ter terechtzitting alsnog als getuige te horen pas tijdens dat onderzoek pregnant wordt. En bij een onderzoek dat zich over meerdere zittingsdagen uitstrekt heeft de rechter doorgaans geen overzicht over de personen die zich op de publieke tribune hebben bevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 40679 tot 42119.