Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.
Inderdaad is de getuige op 21 maart 2001 in de zittingszaal aanwezig geweest toen de deskundigen Kloosterman en De Knijff hun verklaring aflegden. Niet uitgesloten is dat de getuige ook eerder zittingen heeft bijgewoond en aldus kennis heeft kunnen nemen van de verklaringen van verdachte. Op het door de verdediging geopperde bezwaar tegen het horen van [getuige 1] heeft de voorzitter geantwoord dat het hof het wenselijk achtte haar te horen, hetgeen aldus dient te worden verstaan dat het hof het in het belang van het onderzoek zinvol achtte haar ondanks haar eerdere aanwezigheid te laten verklaren. Die beslissing geeft geen blijk van miskenning van het recht en is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 42597 tot 43303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56 | shasum -a 256