Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

4.8. De steller van het middel wijst er in § 2.11 op dat niet blijkt dat aan Advocaat-Generaal, advocaat en verdachte gelegenheid is geboden vragen te stellen of opmerkingen te maken. Primair zou daaruit kunnen blijken dat [getuige 1] niet als getuige is gehoord maar spreekrecht als benadeelde heeft gekregen, subsidiair zou dat een grond voor vernietiging zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 43646 tot 44024.