Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9474.

4.9. Over de primaire klacht in dit onderdeel heb ik hiervoor al mijn mening gegeven. De subsidiaire klacht treft naar mijn mening ook geen doel. Uit de weergave van de gang van zaken nadat de getuige haar verklaring had afgelegd volgt dat de verdachte de gelegenheid heeft gekregen te reageren op haar verklaring. Niet blijkt dat de advocaat van verdachte nadien niet de gelegenheid heeft gehad om opmerkingen te maken of nog vragen te stellen. Klaarblijkelijk is de getuige in de zittingszaal aanwezig gebleven. De advocaat heeft nog aanhouding gevraagd om haar slotpleidooi te kunnen voorbereiden. Aldus blijkt niet dat de verdediging de mond is gesnoerd en dat zij geen gelegenheid heeft gekregen om op de verklaring van de getuige te reageren.(16)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a73df7553a8fa2f4daad060f2ef3ab799393d39acd43c8d6fbec6a2a14df9f56, en de alinea staat in dat document op bytes 44063 tot 44828.