Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9562.

Uit dit bewijsmiddel is af te leiden dat verdachte de getuige heeft gedwongen tot het dulden van de door haar omschreven handelingen van verdachte. Degene die de ander op bed gooit en dan zodanig bij de polsen vasthoudt dat die ander niet meer kan ontsnappen moet ook zelf hebben beseft dat hij de ander de daarop volgende handelingen tegen haar wil heeft doen ondergaan. Er is geen enkele aanwijzing voor dat het slachtoffer instemde met deze gang van zaken of er eerder blijk van had gegeven toestemming te geven voor deze wijze van seksueel verkeer. Dat de getuige niet wilde heeft zij uitdrukkelijk verklaard evenals dat zij niet weg kon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c7402fc1ff77ac6df100b0dca961429387426800bad50e5d6b4bbf2ebaae619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c7402fc1ff77ac6df100b0dca961429387426800bad50e5d6b4bbf2ebaae619, en de alinea staat in dat document op bytes 7875 tot 8530.