Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9564.

2.1.5.Nu is de regel gesteld in NJ 2001, 94 van toepassing "ingeval iemand door onteigening het woongenot van een hem in eigendom toebehorende woning verliest (...)" (r.o. 4.1.5.). Of daarvan in het onderhavige geval sprake is, valt uit het vonnis van de Rechtbank niet op te maken. Enerzijds wekt de Rechtbank de indruk dat zij, voor wat betreft de vaststelling van de vermogensschade (r.o. 8), zich schaart achter het standpunt van deskundigen "dat het onteigende geen bewoonde indruk heeft gemaakt." Anderzijds lijkt de Rechtbank, bij de beoordeling van de hoogte van de huurprijs van de vervangende woning (r.o. 9 halverwege), te hebben meegewogen dat de onteigende woning wél door [eiser] zelf werd bewoond. Zij overweegt namelijk:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b16f8c8d1ee68583fec4e155f55280e16d8e3abab362b33eb97dcd5327d20621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b16f8c8d1ee68583fec4e155f55280e16d8e3abab362b33eb97dcd5327d20621, en de alinea staat in dat document op bytes 9652 tot 10402.