Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9564.
2.2.2.Bij het bepalen van de schadeloosstelling moet er van worden uitgegaan dat de onteigende in eenzelfde financiële toestand behoort te blijven als waarin hij zich zonder onteigening bevond. Zijn vermogens- en inkomenspositie dienen zoveel mogelijk gelijk te blijven (zie onder meer HR 20 juni 1956, NJ 1956, 477 (Amersfoort/V.d. Stadt), HR 1966, NJ 1966, 441 (V.d. Berg/Utrecht) en HR 16 maart 1988, NJ 1989, 798 (Van Rijswijk/Amsterdam)). De schade moet ingevolge art. 40a Onteigeningswet worden gewaardeerd naar het moment van inschrijving van het vonnis tot (vervroegde) onteigening in de openbare registers, zijnde 13 juli 2000. Uit dien hoofde kan geen rekening worden gehouden met mogelijk in de toekomst optredende (onbekende) factoren die mogelijkerwijs schade kunnen veroorzaken. Art. 40b, lid 2, Onteigeningswet draagt partijen bij een onteigening op als redelijk handelende verkoper respectievelijk als redelijk handelende koper op te treden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b16f8c8d1ee68583fec4e155f55280e16d8e3abab362b33eb97dcd5327d20621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b16f8c8d1ee68583fec4e155f55280e16d8e3abab362b33eb97dcd5327d20621, en de alinea staat in dat document op bytes 16882 tot 17853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b16f8c8d1ee68583fec4e155f55280e16d8e3abab362b33eb97dcd5327d20621 | shasum -a 256