Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.

Even juist lijkt mij het door de steller van het middel betrokken standpunt te zijn dat tot deze, verdragsrechtelijk gewaarborgde, processuele rechten behoort dat degene die als beslagene (of anderszins als belanghebbende) wordt geconfronteerd met een vordering als bedoeld in art. 552f lid 2 Sv, kennis moet kunnen nemen van al hetgeen aan de rechter die over de vordering moet beslissen wordt voorgelegd, zodat naar behoren verweer tegen die vordering kan worden gevoerd. Dat brengt mee dat, indien de belanghebbende te kennen geeft niet voldoende op de hoogte te zijn van aard of eigenschappen van de voorwerpen waarvan de onttrekking aan het verkeer wordt gevoerd, en die stelling niet als kennelijk ongegrond kan worden aangemerkt, hem de gelegenheid dient te worden geboden zich een eigen oordeel over die voorwerpen te vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 15753 tot 16600.