Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.

9. Bovendien vloeit de bevoegdheid tot kennisneming van die voorwerpen reeds uit de Nederlandse wetgeving voort. Indien die kennisneming van inbeslaggenomen voorwerpen noodzakelijk is om te kunnen bepalen in hoeverre zij vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer zullen die voorwerpen moeten worden aangemerkt als behorende tot de op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in art. 23 lid 4 Sv. Ook dit wettelijk voorschrift dwingt er dus toe bezwaarden en klagers alsmede hun raadslieden desgevraagd in staat te stellen van de inbeslaggenomen voorwerpen inhoudelijk kennis te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 16909 tot 17518.