Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.

Blijkens een aan het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 4 maart 1999 gehechte notitie heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de belangen van derden - de kinderen die in een sexuele context zijn afgebeeld - zich ertegen verzetten dat verzoeker zelf van het inbeslaggenomen materiaal kennis neemt. In beginsel zou ik niet willen uitsluiten dat in een procedure als de onderhavige kennisneming van de inbeslaggenomen voorwerpen door een of meer procespartijen wordt beperkt of - geheel of ten dele - uitgesloten omdat aannemelijk is dat de belangen van derden daardoor in onevenredige mate zouden worden geschonden. Praktisch gesproken laat zich die situatie evenwel zeer moeilijk denken, omdat niet licht valt in te zien hoe de belangen van derden in gevaar zouden kunnen komen indien de inhoud van inbeslaggenomen voorwerpen aan een zo beperkte kring van personen (de verweerders in de procedure), met een dergelijk beperkt doel (het voeren van verweer in die procedure) bekend wordt gemaakt. Bovendien zullen er wel heel zwaarwegende belangen aanwezig moeten zijn om de voor een doeltreffende verdediging geboden kennisneming van stukken te beletten of te beperken. Sluiting der deuren tijdens de behandeling in raadkamer zou dan een meer voor de hand liggende optie zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 18649 tot 19975.